Nieuws Kras Sport

KRIEBELS

KRASSERIJEN

 

In de onderbuik, een raar gevoel. Vaker gehad, maar net als nu nooit echt kunnen duiden. Wat is het precies? Waar komt het vandaan? Het doet geen pijn, maar toch, leuk is anders. Het valt ook niet te vergelijken met iets, vind ik. Ja, een beetje met vlinders in je buik, een eerste verliefdheid toen je nog puber was. Ook dat deed wel pijn, zeker als je er niets mee deed, maar ergens was het een niet vervelend gevoel, tenslotte wist je waardoor het kwam. Wel pijn deed het natuurlijk als het fladdergevoel onbeantwoord bleef of werd afgewezen. Oei, dan was de pijn niet te overzien. Maar goed, om nu uit te wijden over kalverliefdes van decennia terug, daar is het niet om te doen. Nee, het gaat om kriebels, maar dan die andere, waarvan je dus geen weet hebt waar ze vandaan komen.

Ik zoek naar afleiding, naar het verzetten van gedachten, wat even lukt, maar dan toch weer omslaat naar die kriebels. Om gek van te worden. Misschien even een stukje hard gaan lopen, hoewel ik dan het gevoel juist misschien versterk. Helemaal alleen te hollen zet je aan het denken en dat moet ik evenwel niet doen, laat staan opzoeken. Fietsen is ook geen uitkomst, ook daar raak je in gepeins verzonken over de kriebels met alle risico’s van dien, zoals vallen, botsen, immers je neemt deel aan het verkeer. Schaatsen dan? Ja, dat is het, dat is een beter idee. Ronden aaneen met voldoende afleiding van bonte treintjes, klapperende klappers, geroezemoes en van dat al.

Ik was een rondje of tien onderweg, maar kreeg de kriebels toch niet uit mijn lijf geschaatst. En tot ergernis begonnen de kriebels nog toe te nemen ook. En als dat eenmaal gebeurt, dan is er geen houden meer aan. Ik moest snel van het ijs af, het werd ondoenlijk, even rustig zitten op een bankje. Maar ook daar werd het alleen maar erger, ondraaglijk zelfs. Een oplossing had ik nog voor ogen om het weg te krijgen en dat was om eens een potje te gaan grienen. Gewoon de tranen de vrije loop, de opluchting die dat ongetwijfeld met zich meebrengt, dat moest ik dan maar doen. Maar ja, ook weer zowat, hier een potje te gaan janken tussen al deze mensen. Dus mijn tas gepakt en op naar de parkeerplaats, auto in en lekker aan het snikken gegaan. Vijf minuten later, er was weinig te bemerken, geen opluchting, maar gewoon nog kriebels, kriebels, ontelbare kriebels.

Na een dag of drie heb ik dan toch maar de telefoon gepakt en mijn huisarts gebeld. Een gaatje einde middag of dat schikte? Ja, hoe sneller, hoe beter. Daar aangekomen later op de dag, zat ik tegenover mijn huisarts. “Wat scheelt eraan?”, “Ja, kriebels, heftige onuitstaanbare kriebels” antwoordde ik. “Is er iets veranderd in uw normale situatie? Is er een verandering in eetpatroon?”, de normale gebruikelijke vragen. En dan daaruit de conclusie zeker volgend dat ik het wat rustiger aan moet doen, je kent het wel. Maar nee, die kant ging het niet op. Van routine vragen, kreeg het gesprek een vreemde wending. Er werd mij een afbeelding getoond van een vogel, een vink om precies te zijn. Op de achtergrond klonk het telkenmaal ‘en dan volgen nu de weersverwachtingen’, terwijl de nagels van mijn arts een zacht krassend geluid produceerden op het bureaublad. Een transponder werd mij omgedaan en een klok ging lopen, iedere 50 seconden liepen getallen op; 1, 2, 3….. “Wat doet u?”, riep ik “Stop, stop, hou op…”

En toen hield het in ene allemaal op; weg vink, weg weerbericht, weg gekras, weg klok en weg transponder. Ik keek in de ogen van mijn nu weer vriendelijk glimlachende huisarts. “U bent de derde al deze week. Maar maakt u zich niet ongerust, nergens voor nodig. U bent er helemaal klaar voor. Succes op de Weissensee!”